Trefwoorden

Trefwoordenlijst/moelijke woorden:

A

Adequaat = geschikt voor het beoogde doel
Arbitrair = willekeurig, eigenmachtig
Assumptie = aanneming

B

Bestaansminimum = inkomen dat minimaal nodig is om in leven te blijven

C

Caritas = verwijst naar het gunstkarakter van de zorg: de behoefte aan zorg moet worden aangetoond en de criteria om de behoefte aan te tonen zijn extern bepaald. Caritas verwijst tevens naar de instrumentalismering van de zorg: de doelstelling van de armenzorg ligt niet prioritair in de verlichting van de armoede, maar in de realisatie van een vooropgestelde samenlevingsorganisatie.
Contradictie = tegenspraak, tegenstrijdigheid
Comparatief = vergelijkend
Confounder = verdraaid, verduiveld
Containment = inperking, opsluiting, insluitsysteem, insluiting
Correlatie = onderlinge afhankelijkheid

D

Denigrerende = kleinerend
Discours = de zaken die onderwerp van een gesprek zijn
Duale samenleving = 2-ledige samenleving

E

Empirisch = bevinding berustend
Empowerment = Het gebruik maken en ontwikkelen van zijn capaciteiten om in economisch, sociaal en politiek opzicht actief mee gestalte te geven aan zijn eigen leven en dat van de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt.
Entrapment = vangst, het vangen of het ontlokken
Exisentiele relatie= bijna levensnoodzakelijke relaties.

F

Flexietijden = vervroeging van tijd
Fundamenteel = de grondslagen treffend

G

H

Hechtingsarmoede = het contact met de eigen psychische en mentale ruimte, de anderen en de maatschappij in onderbroken.
Humaniseren = mensenlijk maken
Humiliation = vernedering, krenking, deemoediging, ontluistering

I

Impasse = een situatie dat vastloopt en moeilijk op te lossen is
Indicator = aanwijzerlist item
Individuatie = de ontwikkeling tot individu

J

K

L

Life events = levensverwachting
Locus of control = beheersingsorientatie

M

Maatzorgmethodiek = Een methodiek voor het begeleiden van personen die in armoede leven.
Monetarisme = Streven naar beheersing van de geldcirculatie als belangrijkste methode tot stabilisering van de economie.
Multicomplex = Een complex van socio-economische en spycho-sociale problemen (in deze context).
Multidisciplinaire onderzoeksinstelling = Een onderzoekstelling waar meerdere specialisten bij betrokken zijn.

N

Niet te gedijen op school = Niet kunnen groeien op school.

O

P

Paradox= schijnbare tegenstelling, spreekt zichzelf tegen
Paternalisme = bevoogding
Predispositie = vatbaarheid, aanleg tot een ziekte
Progressie = voortgang
Psychotherapie = Een vorm van behandeling door een psychotherapeut. Psychotherapie houdt zich bezig met psychosociale problematieken en psychiatrische stoornissen. Het is bedoeld voor individuen, paren en groepen.

Q

R

Rudimentair = onvolkomen ontwikkeld

S

Segment = onderdeel van een geheel
Stigmatisering = etikettering
Summier = beknopt, bondig, in het kort, samengevat

T

Temporeel = tijdelijk
Transgenerationele armoede = Armoede die niet alleen zichtbaar en financieel is, maar ook bestaat uit een fundamentele armoede op emotioneel, cognitief en communicatief vlak.

U

V

Verdienste (in de vorm van werkbereidheid) = Een tweede basisvoorwaarde tot het effectueren van het recht op sociale integratie; niet voldoen aan deze voorwaarde leidt tot uitsluiting van het leefloon.
Verzorgingsstaat = Staat waarin de maatschappij de lasten van de minder bedeelden draagt d.m.v. een krachtsysteem van sociale verzekeringen.

W

Wanbetaling = Slechte betaling of niet betalen.

X

Y

Z